piske

het ~, de ~s onz. zelfst. nw.
Definitie

Status:Onbekend

watje, slappeling

Voorbeelden

"Mijn vrouw noemde mij watje of piske, maar ik heb dat altijd geslikt"
Naar eigen zeggen was hij de vernederingen en provocaties van zijn dronken echtgenote beu en waren bij hem de stoppen doorgeslagen. Ida zou hem "piske" en watje" genoemd hebben, soms in het bijzijn van derden, maar hij heeft dat altijd zonder tegenreactie geslikt. (HLN 24/415)

Toegevoegd door Marcus - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 30 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025