Definitie

zie ook uitbutsen, butsen

Woordenboek der Nederlandsche Taal: Buts: Middelnederlands butse. Alleen in zuidelijke gewesten.

Voorbeelden

De Jef heeft een buts op zijne kop.
(Jef heeft een buil op zijn hoofd.)

Uwen auto zit vol butsen.
(Je auto zit vol deuken.)

Toegevoegd door sin - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025