Definitie

snoep

vnw: snoepje

P.J. Cornelissen & J.B. Vervliet (1899-1906). Idioticon van het Antwerpsch Dialect - Aanhangsel (Stad Antwerpen en Antwerpsche Kempen).
BEES, znw., v. - De toegift (koekjes, babbelaars, enz.) die men krijgt, als men in eenen winkel iets koopt. (Zuiden der Kempen) Ik hem e' pakske koekskes veur 'en bees gekregen.
In dieë' winkel geven ze groote bezen.

Voorbeelden

De Jef heeft nen helen zak bezen gekocht; straks heeft '[m] tandpijn.

andere betekenis van bees

Toegevoegd door sin - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 07 Sep 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025