Definitie

(verouderd) middenstander, neringdoener
In onbruik in NL, 'nering' en 'nering doen' worden er soms nog wel spottend gebruikt.

vnw: neringdoen(d)er (de, -s): winkelier, kleinhandelaar

Voorbeelden

Het was alsof hij het geroken had, maar er was nog geen halve minuut gepasseerd of ik kreeg op mijn GSM al een belletje van Karel Van Eetvelt, voorman van [Unizo], de vroegere kleine christelijke neringdoenders. (Louis van Dievel)

Toegevoegd door LeGrognard - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 22 Mar 2024 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025