Definitie

Status:Onbekend

ritselen, afvallen van korrels

vnw: ritselen, ruisen

znwb:

  1. Van koren, stro, papier enz., alsook van de wind en de bladeren: (zachtjes) ruisen, ritselen; - vand. ook van korrelige stoffen als zand, gruis: met een ritselend geluid (weg)glijden, ritselen.
  2. (Iets) zachtjes (aan)raken; in het knikker- en kegelspel: (de knikker of bal) slepend over de grond laten gaan.
  3. In de verb. reuzelen achter iem., iets, uit zijn op ook: ergens reuzelen, ergens rondhangen (omdat men op iets uit is).

[gwnt]: (Zuidn.) ritselen

zie ook roezelen

Voorbeelden

Het graan werd door de molen gejaagd en en het zaad reuzelde aan de achterkant naar beneden. (Beverse weetjes)

Stof valt ook goed mee, reuzelt allemaal naar beneden in het profiel, even stofzuigen en weg. (bouwinfo.be)

Het zand boven ons reuzelde tussen de houtbossen door onze nek. (kw.be)

Toegevoegd door LeGrognard - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 08 Feb 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025