kabassen

ww. kabaste, heeft gekabast
Definitie

aanhangen, arm in arm lopen, kabas, iemand ne ~ geven

Woordenboek der Nederlandsche Taal: kabassen: Arm aan arm gaan, gearmd gaan, ”aanhangen” (Cornelissen-Vervliet).
-Ze kwamen op de Meir gekabast, arm in arm gaande; gearmd, Loquela (Antwerpen, 1893).
-Kabazen. … Arm aan arm gaan, se donner le bras, De Bo (1873). (West-Vlaams)

Voorbeelden

Ons bonneke wilde altijd bij mij kabassen, als ze naar de hoogmis ging. Ze was ook niet zo goed meer te been.

Toegevoegd door haloewie - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 09 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025