Dit artikel werd nog niet redactioneel bewerkt en daarom kan de kwaliteit ontoereikend zijn.
Definitie
Status:Onbekend
Bezittelijke voornaamwoorden in combinatie met een mannelijk zelfst.naamw. krijgen in de spreektaal een extra -e of wanneer het zelfst.naamw. met een klinker of met een b, d, t of h begint een -en. (Voor een juistere toedracht zie regel nen)
Ook varianten en uitspraakvarianten volgen deze regel: olle(n), ullië()n
mijne(n), menne(n), ...
uwe(n), awe(n), ... (niet: jouwe(n))
zijne(n), zenne(n), ...
hare(n), (h)oare(n), (h)eure(n), ...
onze(n)
jullie maar niet jullieë(n), wel: olle(n), ullië(n), elle(n), ...
hunne(n)
soms ook voorafgaand met het lidwoord 'de' (maar dan gaat het niet over bezitt. voornaamw.)
Voorbeelden
De Jean heeft zijnen auto in de prak gereden.
Het is de zijne maar, dus dat is niet zo erg.
Zij heeft hare vent laten staan.
Den haren is te voet naar huis moeten gaan.
Onzen Hendrik is niet thuis.
Den onzen is weer op pintenjacht.
Ze zijn thuis, hunnen auto staat voor hun deur.
Den hunne staat al een tijdje op den oprit.
Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0
Gepubliceerd op 26 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025