tots

de ~, ~ en man. zelfst. nw.
Definitie

Status:Onbekend

benaming voor verschillende groentesoorten: maïskolf, krop witloof

Woordenboek der Nederlandsche Taal, bij tots:
Woord van onbekende herkomst met klankexpressieve waarde. Het verband, door Schuermans (1865-1870) voor de bet. 3) gelegd met toorts, stuit niet op semantische, wel op phonetische bezwaren, daar in het antwerps r voor dentalen occlusief niet verdwijnt.

  1. (Zuid-Oost-Vlaanderen) In elkaar gedraaide, verwarde massa, dot.
  2. (Zuid-Oost-Vlaanderen) Met betr. tot de bloeiwijze van een plant: groepje bloemen die dicht op elkaar staan; toef.
  3. (Brabant en Antwerpen) Wsch. in aansl. bij de betekenis 2): naam voor versch. soorten van planten: o.a. toorts
Voorbeelden

Bij wijze van voorgerecht snij ik altijd een tots witloof in stukskes en daar doe ik dan wat steeksla bij ofzo.

Die maïs heeft grote totsen, ik geloof dat ze die soort "paardentand" noemen.

andere betekenissen van tots

Toegevoegd door Marcus - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 17 Jun 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025