Definitie

Status:Onbekend

een papje op basis van water of melk met maïszetmeel of aardappelbloem, wordt gebruikt om een saus te binden.
Het papje wordt gemaakt in koude vloeistof en al roerend in de hete te binden vloeistof gegoten.

Woordenboek der Nederlandsche Taal: temper
3. Dun beslag van verschillende dooreengemengde ingrediënten voor pannekoeken, wafels enz.; ook een mengsel van meel met water enz. om saus en derg. te binden. In Vlaanderen, Brabant en Zeeland.
"Haest u, maekt den temper gereed: ik wil wafels eten van dezen avond. En klutst er een ey of twee in, 't mag er nu af" Duvillers (1851).
"Wij zullen wafels bakken, De gist is goed, de temper is aan 't gaan" Uit een volksliedje, bij Schuermans (1865-1870).

A.A. Weijnen: temper, timper beslag = eng. temper ‘geschikt mengsel’. Afleiding van temperen ‘regelen’ « latijn temperare ‘mengen, zich inhouden’. Uit deze betekenissen zijn ook ontstaan die van: temperatuur en, via de antieke vochtenleer, temperament: de vochten zouden namelijk in een bepaalde verhouding werken.

Van Dale 2018: tem­per
1847, van tem­pe­ren in de be­te­ke­nis ‘in de juis­te ver­hou­ding mengen’
stof­naam; niet al­ge­meen dun be­slag voor wa­fels, pan­nen­koe­ken enz.

Voorbeelden

De saus is nogal dun. Maak eens een temper om ze te dikken!

andere betekenis van temper

Toegevoegd door claire - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 25 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025