Definitie

Status:Onbekend

bromvlieg

Woordenboek der Nederlandsche Taal: dol, dolvlieg.
In Zuid-Nederland benaming voor de blauwe vleeschvlieg en misschien ook voor andere soorten van ”bromvliegen”.

  • Zacht Liet hij zijn bruintje stappen naer behagen; Sloeg soms 'nen dol, die 't glanzig beest kwam plagen, Weg met een mei, (Jan Van Beers, Jongelingsdroomen (1853)).

Van Dale 2018 online: de blau­we vlees­vlieg
= brom­vlieg

zie ook: maneschijter, maneschieter, moaneschietter, ronker, rulder

Voorbeelden

Er vliegt een vieze dol rond mijn eten.

zie andere betekenis van dol

Toegevoegd door sin - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 06 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025