beuzeke

het ~, ~s onz. zelfstandig naamw.
Definitie

opvliegende kerel, krikkel manneke

zie ook beus

Voorbeelden

De Jules dat is toch een kwaad beuzeke, bij het minste zit die op zijn paardje (paard, rap op zijn ~ zitten).

andere betekenis van beuzeke

Toegevoegd door Marcus - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025