nuchtijnk

de ~ (m.), ~en
Definitie

Status:Onbekend

ochtend
zie: Hugo Collumbien: Het kroniekje van een oude Gentenaar

De Bo (1873): NUCHTING, m. Nuchtend, morgen, frans matin. Morgen nuchting. 's Nuchtings vroeg. Hij is gisteren in den nuchting gestorven. Van den nuchting,

Voorbeelden

gutenberg.org: Zoe-de gij iedere zondag nuchtijnk in de stad noar de teekenlesse wille goan!
Zoudt gij iedere zondagochtend, in de stad, naar de tekenles willen gaan!

Toegevoegd door Machiel van Veen - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 06 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025