Definitie

Status:Onbekend

lui zijn, niksen, zitten te suffen, luieren, te zitten luieriken

uitspraak: /luije, luijde, geluijd/ met een doffe /e/

Voorbeelden
  • Wat zijde aan 't doen?
  • Nikske, 'k zat zo een beetje te luien.

Toegevoegd door Marcus - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 03 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025