knolselderke

het ~, ~s onz. zelfstandig naamw.
Definitie
  1. Een klein, licht autootje. Zie koekendoos.
  2. iets klein maar dik
Voorbeelden
  1. Veel geld zal hij wel niet hebben, want dan reed hij niet rond met zo'n onnozel knolselderke.

  2. Iemand met kleine dikke tenen of kleine dikke vingers, die heeft knolselderkes aan zijn voeten en handen.

Toegevoegd door Marcus - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 26 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025