eenzaat

Zelfstandig naamwoord m., ~zaten
Definitie

Status:Standaard Belgisch-Nederlands

eenzelvig, eenzaam iemand

SN: eenzaat = kluizenaar

Voorbeelden

Zijn kennissen omschrijven hem als een eenzaat: Hij heeft geen gsm, geen social media-account en is moeilijk te bereiken. (vrt.be)

Wie in de openbare ruimte alleen iets onderneemt, wordt snel gestigmatiseerd als eenzaat. Alleen uit eten gaan, is een sociaal taboe. (demorgen.be)

De topquark is niet alleen het zwaarste van alle elementaire deeltjes, hij staat ook bekend als een absolute loner, een eenzaat. (standaard.be)

Eenzaten zijn leuker gezelschap dan sociale mensen, volgens studie (hln.be)

Bronnen & Referenties
Typisch Vlaams (Ludo Permentier en Rik Schutz)

Belgisch-Nederlandse Standaardtaal: Gangbaarheid: 5; Vlaamsheid: 4

Van Dale

2013 online: Belgisch-Nederlands

Gele Boekje (De Standaard 2015 - Ludo Permentier en Rik Schutz )

standaardtaal

Toegevoegd door aliekens - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 31 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 25 Jan 2026