Definitie

Status:Onbekend

slap, week, zacht (aanvoelend)

Woordenboek der Nederlandsche Taal: kwak: bnw.
?Verwant met Kwakken. Week, flauw, en derg.; ook: zwak, slap enz. Thans in sommige streken van Zuid-Nederland gebruikelijk.
"Die musschen zijn nog kwak" (van jonge vogels gezegd), Schuermans (Limburg, 1865-1870).

zie ook kwacht

Voorbeelden

Kwag joeng (nestvogels, bv. van merel - vgl. vlug).

Ne bloën (blaan) mèt kwag joeng.

Toegevoegd door petrik - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025