Definitie

Status:Onbekend

liggen te + infinitief

bezig zijn met iets

zie ook zitten te, staan te

Voorbeelden

Hij ligt te vloeken. Zij ligt te slapen.
Wij liggen te winkelen. Jullie liggen te schrijven.

Mijn dochter ligt weer te bellen met haar lief. Ze heeft em nog maar juistekes gezien.

Toegevoegd door fansy - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 10 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025