geubbelen

ww. geubbelde, heeft gegeubbeld
Definitie

overgeven, kotsen, spouwen

Van Dale 2OO5: gobbelen
onovergank. werkw.; gobbelde; h. gegobbeld
klanknabootsende vorming
(gewestelijk)

  1. gulpen, gutsen
  2. braken, overgeven

ook in Vlaams-Brabant

zie ook tong, over zijn ~ doen,
spiek uit doen,
achteruit slikken

Voorbeelden

Na dat zwaar pakske friet moest ze geubbelen.

Iets verkeerd gegeten, ik heb moeten geubelen.

Toegevoegd door gommarus - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 10 Jun 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025