Definitie

Status:Onbekend

eerste persoon enkelvoud van zijn in de meeste Vlaamse en Brabantse dialecten: ik ben

zie zijn ik

uitspr. ik zen, ik zain, ...

Voorbeelden

Ik zijn gisteren naar de cinema geweest.

Ik zijn niet goed vandaag, al heel de dag scheel koppijn.

Ik zen er maar eens mee weg, denk ik. 't Wordt al laat en morgen is er nog nen dag.

Ik zijn het allemaal wel een beetje beu gezien, die politiek. Altijd hetzelfde gedoe.

Ik zijn daar nog niet zo zeker van.

Ik zijn ne meter 79 groot. Gisteren toch nog.

Ik zen Zen aan 't studeren, maar zun zijn geen Zen aan 't studeren.

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 03 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025