schoffelen

ww., schoffelde, geschoffeld
Definitie

Status:Onbekend

haastig, gejaagd te werk gaan, zich bewegen.

vnw: in België ook: gejaagd zijn, iets haastig doen, gulzig eten

znwb: (Iets) haastig of jachtig verrichten; - ook intrans.: haastig, gejaagd te werk gaan.

Woordenboek der Nederlandsche Taal:
Haastig of jachtig verrichten. Gewestelijk in Zuid-Nederland.
Hij schoffelde dat in eene uur, De Bo (1873).

vgl schoffelscheute

Voorbeelden

Die schoffelt, werkt niet sekeur.

Ge moet dat doen zonder schoffelen.

Als het sein gegeven wordt voor 't vertrekken van 't convooi, allen schoffelen (ijlen, spoeden zich) naar de statie. De Bo (1873)

Toegevoegd door fansy - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 01 Mar 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025