Definitie

Status:Onbekend

dom, dwaas, lomp

Van Dale stom (bijvoeglijk naamwoord; stomheid)
1 niet in staat om te spreken
2 (stommer, stomst) dom
3 (stommer, stomst) vervelend, eentonig
4 (taalkunde) (van klinkers) onbeklemtoond, toonloos

vgl. stommerik (= domoor)

Voorbeelden

Met "Stomme lut!" kunt ge uzelf wel verwensen, als ge inziet dat ge er totaal neffest (= naast) waart. Of het mannelijke "stommekloot"

Toegevoegd door haloewie - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 08 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025