bever

de ~, (m.), ~s
Definitie

Status:Onbekend

rilling van koorts
zie ook daver
ook in de uitdr. de bever op zijn lijf hebben of krijgen

Woordenboek der Nederlandsche Taal:
in België zijn ook in gebruik bever en beverik, in den zin van ”zenuwschudding”, van koorts, en bij overdracht van gelatine (De Bo (1873)).

Voorbeelden

Vorige zondag kreeg ik weer een bever. Mijn temperatuur was op 30 min. van 36.4°C naar 39°C geklommen.
Ik had de bever op mijn heel lijf en spierpijnen achteraf.

Toegevoegd door fansy - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 27 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025