Definitie

Status:Onbekend

  1. zij
  2. zie: eerder platvloers

zie ook de die, de dees

Voorbeelden

1): Ge wit wel, de dee van de Russische pony in tijde...

2): Tes zie dee da gedaan heeft. (Zij is het, die dat gedaan heeft.)

Toegevoegd door hamamelis - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025