Definitie

Status:Onbekend

aanspreking (schertsend): persoon die het bont maakt, die iets uitsteekt, kadee, ne schone, ...

uitspraak; patteeke
ook eventueel: patee

Dikwijls in de semi-vaste verbinding 'nogal een pateke'

Voorbeelden

Gij zijt nogal een pateeke, gij. Ik stuur u naar de bakker voor een brood en ge komt met bufstek thuis.

De Jean is nogal een pateeke zenne, wat dat em nu weer uitgestoken heeft met zijn Gerda.

Gij se patee, wat doet ge nu weer? De wc-rollen in de ijskast?

andere betekenis van pateeke

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 02 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025