Definitie

plassen, lozen
zie ook loederen

< Duits: lösen (loesen): lossen, bevrijden, laten lopen
VMNW: inf.: loesen, loessen, losen, lozen

MNW: van zich laten gaan
Eene stof uit het lichaam. (Kil. loosen, inanire, vacuare). In het Mnd. heeft het woord ook de bepaalde bet. stoelgang hebben
Wat du loses wt dinen monde, wt dinen nase, wt dinen oren ende wt allen leden, hoet algader sijn vuylheden, Wrake III, 2308, Brabant, 1390-1410.
Het (de fistel) wert onderwilen geloset met messe enz., Jan Yp. 198, Vlaanderen, 1401-1500.

Voorbeelden

Den nieuwe hond heeft in de gang geloesd.

Toegevoegd door fansy - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 08 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025