Definitie

Status:Onbekend

besmetten
een ziekte, een verkoudheid opdoen

zie ook betrapelijk: van eene ziekte: besmettelijk
uitspraak Roeselare: 'betraopelik'

ook in de Vlaamse Ardennen

Woordenboek der Nederlandsche Taal: betrapen
4. In Zuid-Nederland vooral gewoon met eene ziekte en derg. als voorwerp.
Eene besmettelijke ziekte betrapen, De Bo (1873).

Voorbeelden

Mijn kindje mag niet naar de crèche omdat roodvonk betrapelijk is, ze heeft het waarschijnlijk betrapt van haar nichtje.

Als je bij de hond slaapt betrap je zijn vlooien.

Ik heb een valling betrapt met in de trek te staan.

Toegevoegd door Kastanjeoog - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 09 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025