suikerij

zn. m. geen mv.
Definitie

Status:Onbekend

paardenbloem, pisbloem

Woordenboek der Nederlandsche Taal: Verbastering, door zgn. volksetymologie, van cichorei.

P.J. Cornelissen & J.B. Vervliet (1936, 1938, 1939). SUIKERIJ, znw., v. - Enkel gebruikt in de beteekenis van de bladeren van de Paardebloem, Taraxacum vulgare, die als salade worden gegeten. - Ook MOLSALAAD en PISSALAAD.

Rutten, A. (1890), Bijdrage tot een Haspengouwsch Idioticon.
SUIKERIJ, z. man. Cichorei.

Van Dale 2018: sui­ke­rij
< 1562, volks­ety­mo­lo­gi­sche ver­vor­ming van ci­cho­rei

  1. ci­cho­rei
Voorbeelden

Ga wat suikerij steken voor de konijnen!

Toegevoegd door japper - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 27 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025