Definitie

Status:Onbekend

veel praat hebben, hoog van de toren blazen

Woordenboek der Nederlandsche Taal: (Vlaams-België) Praat hebben voor zeven (man), een hoop praatjes hebben. Goemans (1954). Liev.-Coopm. (1955).
— "Dieë jongen hee' praat veur zeven"

  • "As hij wa' gedronken héet, dan héet hij praat veur zeven man, en anders kan hij geen drij tellen" Cornelissen-Vervliet (1903)
Voorbeelden

Jaja, nu hebt ge praat voor zeven, maar als het erop aankomt...

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 09 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025