Definitie

Status:Onbekend

verouderde term voor identiteitsbewijs; op het document zelf stond meestal 'kaart van eenzelvigheid'

zie ook eenzelvigheid

Van Dale 2005: eenzelvigheidskaart

  1. (vertaling van Fr. carte d’identité)
    (Belgisch-Nederlands, verouderd) identiteitskaart, persoonsbewijs·
  2. (in Ned., gedurende WO II) persoonsbewijs

Woordenboek der Nederlandsche Taal: Eenzelvigheidskaart:
identiteitskaart, persoonsbewijs. In Vl.-België.
Vraag me al wat ge wilt, maar 'n eenzelvigheidskaart heb ik niet bij mij, Filliaert, Tijl's Oog(1939).

Voorbeelden

De eenzelvigheidskaart bestaat sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog. De Duitse bezetter had iedere inwoner ouder dan 16 jaar verplicht zulk een kaart bij zich te dragen. De naoorlogse Belgische regering was razend enthousiast over deze maatregel, zodat deze onverkort gehandhaafd bleef. (ravagedigitaal.org)

Toegevoegd door Louise14 - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 10 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025