afkunnen

ww. kon af, afgekund overg. zw. werkw.
Definitie

Status:Onbekend

  • verslagen, de baas kunnen, overtroeven
  • moeilijkheden of problemen aankunnen
  • iets op eigen houtje klaarspelen (AN; Van Dale: kun­nen af­doen, af­ma­ken, vol­tooi­en)

zie andere definitie van afkunnen

Voorbeelden

Ik kan die gast wel alleen af, ik heb uw hulp niet nodig.

Ze kon de eenzaamheid niet af en trok in bij haar broer.
Gaat dat jong manneke dat zwaar werk afkunnen?

Laat me maar stillekes doen, ik kan 't wel af.

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025