Definitie

ouder(s), vader, moeder
schoon~, groot~, overgrootouwer(s)

zie ook aaërs
Hageland: aaver(s)
Antw.: aawer(s)
Kempen ook: aaver(s), aawer(s)

Voorbeelden

Die ouwers van hem zijn tijdens het kerstverlof gaan skiën.

Jonge grootaavers zijn nog actief; daar hebben de klein mannen nog veel aan. (in de Kempen)

andere betekenis van ouwer

Toegevoegd door fansy - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Jun 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025