doddelen

ww., doddelde, heeft gedoddeld
Definitie

Status:Onbekend

stotteren, niet uit zijn woorden geraken
zie ook doddelaar

Van Dale online: gewestelijk

Woordenboek der Nederlandsche Taal: doddelen: > duits: doddeln

  • Met eene dubbele, dikke of zware tong spreken, lallen. In Z.-Ndl.
  • Lallende uitbrengen: ”Ik k. … k. … kan d. … d. … der niet aan doen”, doddelde (de dronken man), de mont en de cock, Vl. Vert. (1898).
Voorbeelden

Als hij danig moe en afgepeigerd was, gebeurde het dat Gust begon te doddelen.

Toegevoegd door haloewie - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 09 Jul 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025