trouwkleed

zn., o., ~kleden, ~kleren
Definitie

Status:Onbekend

trouwjapon, trouwjurk

vnw: trouwjurk, bruidsjapon

zie ook verzamellemma kledij

Weddingring 2007-6-23-1

Voorbeelden

Die klein had er niet beter op gevonden van het trouwkleed van haar moeder uit de kast te halen, het aan te trekken en zo 't straat op te wandelen.

"En Natalia zei: 'Clement, wilde gij niet met mij trouwen? Maar dan wil ik zelf ook een trouwkleed dragen.' Ze liet het voorkomen als een grap, maar ik voelde dat het van heel diep kwam." (Clement Peerens in De Morgen)

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 19 Jun 2025 Laatst bijgewerkt op 10 Feb 2026