Dit artikel werd nog niet redactioneel bewerkt en daarom kan de kwaliteit ontoereikend zijn.
Definitie
Status:Onbekend
om aantasting van houtkever te voorkomen, diende de boom bij "toecht " geveld te worden. Het zou te maken hebben met de sapstroom van de boom op dat ogenblik. Vraag is natuurlijk wat men ermee bedoelde ?
Het Woordenboek der Nederlandsche Taal geeft volgende uitleg bij 'tocht':
11. Innerlijke kracht, groeikracht; volgens verschillende idiotica ook in concrete toepassing voor: sap, sappigheid, vocht.
- Daar zit geene tocht meer in die klaver, Schuermans (1865-1870).
- Ge hèt 'et vlees(ch) te lank laten bra(d)en: de to?cht is er heelemaal uit, Cornelissen-Vervliet (1903).
- Schijngestalte van de maan, meer bepaaldelijk: volle maan. Vandaar: ”gunstige tijd om te zaaien, te planten, hout te vellen, enz. durende van de volle maan tot de nieuwe” (Tuerlinkx) Ook figuurlijk.
- De appelen moeten met tocht geplokken worden, Schuermans (1865-1870).
- De boomen, zegt men, moeten met den tocht (volle maan) gekapt worden, Rutten (1890).
- Tocht (= tij van de maan), in Leuv. Bijdr. (Tongeren; 1911).
Voorbeelden
Mijn grootvader zei altijd dat bomen geveld moeten worden bij "..toecht..". Het had iets te maken met de maanstand; groeien van de maan of nieuwe maan?
Toegevoegd door givand - VL-WBK 1.0
Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025