Terug naar vorige pagina
Definitie

ze niet alle vijf hebben, een slag van de molen hebben, van lotje getikt zijn, gek zijn

Woordenboek der Nederlandsche Taal: kwint, znw. vr., mv. -en.
Waarschijnlijk van fr. quinte (verouderd), omschreven met ”accès de mauvaise humeur”. Gril, nuk, kuur.
Quinckte, quinckt. … Insania, mentis error, deliramentum, Kiliaan (1599)
Het is niet duidelijk of er, en zoo ja welk verband er bestaat tusschen het hier behandelde kwint en de in Z.-Nederl. gebruikelijke woorden kwint en kwinte(n). De uitdrukking daar is 'en kwint uit (ook: hij is 'en kwint kwijt en hij héet 'en kwint weg) doet in verband met het verouderde fr. quint, ”cinquième parti d'un tout” denken aan de gelijkbeteekenende uitdrukking een van de vijf is op den loop.

in Antwerpen: kwing, een ~ kwijt zijn

Voorbeelden

Een zielig vrouwtje, dat blijkbaar een kwint kwijt was, bleef maar Engels tegen ons praten.

Een politicus die van bij communisten naar ordo-liberalen overstapt, is een kwint kwijt.

Dr. Kwintkwijt, de directeur van de psychiatrische kliniek, is een woordspeling op de uitdrukking "een kwint kwijt zijn".

Toegevoegd door petrik - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 27 Jun 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025