Definitie

Status:Onbekend

een grote som geld

< slodderen

Woordenboek der Nederlandsche Taal:
4. Iets dat gemorst of neergevallen is; hoop; kliek; klodder; plas.
Daar lee' nog 'nen heele' slodder koren, Cornelissen-Vervliet.
Ook in toepassing op een flink bedrag dat iemand erft of wint.
Hij héet daar 'ne' goeie' slodder getrokken, Corn.-Vervl.

Voorbeelden

Hij heeft aan die zaak ne goeie slodder overgehouden.

Toegevoegd door de Bon - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 21 Apr 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025