Definitie

drie keren; SN: drie keer
veel keer; SN vele keren
VD95 (gew.) eens of als versterking van eens: Dat moet maar eens een keer ophouden

zie ook maand

Voorbeelden

Ze had twee keren gebeld maar ze kwamen niet opendoen.

Hoeveel keer heb ik dat nu al gezegd?

Och, ik ben daar veel keer geweest zenne, maar het is al wel lang geleden.

Ge moet u een keer afvragen ofdat ge niet teveel van uwe zoon geeist hebt. (Ge moet u eens afvragen...)

Wacht eens een keer! (wacht eens even!)

Allez, ik ben ermee weg. Tot nog ne keer. (Tot nog eens)

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025