Definitie

Status:Onbekend

een stuk spek

Woordenboek der Nederlandsche Taal: krip, krep: Van onzekeren oorsprong. Benaming voor een lapje vleesch, in verschillende streken in verschillende toepassingen, b.v. in de Kempen voor eene snee spek of hesp, in Breda voor een runder- of kalfslapje (zie Cornelissen-Vervliet; Hoeufft).

  • "Krippe. Ofella, ofella porcina" Kiliaan (1599)
  • "Een crippe ghebraden ossen vleesch" Bijbel v. Vorsterman (1528)
Voorbeelden

Wie wil er nog ne krep spek?

"Dus wie nog zin heeft in stoemp met worst, ne krep spek of ne pannenkoek?!" (facebook.com)

"In de Kempen is de oude generatie van de bevolking nog steeds verzot op een goede, dikke krep vet spek! Hun opvolgers houden dan weer meer van de iets dunner gesneden en magerdere variant!" (visitkasterlee.be)

Toegevoegd door enigma - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 24 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025