Definitie

Status:Onbekend

seut, kwezel
zie ook: sebbetrees

ook in de Kempen

Woordenboek de Nederlandsche Taal: Zebedeüs, modern lemma zebedeus
Betekenis 1. naam van de vader van de apostelen Jacobus en Johannes
Betekenis 3. Onnoozel, sullig persoon; onnoozele hals; sul; sukkel; ook wel: bedeesd, schuchter persoon ( ...) ook toegepast op een onnoozele, onbenullige vrouw, een sullig, truttig meisje.
Het gebruik is waarschijnlijk te verklaren uit de genoemde bijbelplaatsen waarin Jacobus en Johannes hun vader Zebedeüs tijdens het werk verlaten om Jezus te volgen, zonder dat melding wordt gemaakt van verzet of bezwaren van zijn kant.

Van Dale: zebedeus, de (m.); -sen
(1841) de Bijbelse naam Zebedeus, vergriekst
< Aramees zabdai (gift van de Heer)

  1. weerloze tobber
  2. gewestelijk sul
Voorbeelden

Hebt ge dat meisje gezien? Wat is me dat voor een zebedees.

Toegevoegd door karangiosis - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 10 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025