uitschieën

ww. schiede uit (schee uit), uitgeschieën (uitgescheeën)
Definitie

stopzetten, ophouden in heel ruime betekenissen

Maasland: oetsjieje
zie ook uitscheiding

Voorbeelden

Hij is uitgeschieën met zijn restaurant, hij was binnen.

De Jean gaat uitschieën met zijn vervolmakingscursus boetseren met koeienmest. Hij heeft genen tijd meer, zegt em.

Schieët toch eens uit met dat lawaai, ik kan 't nieuws niet verstaan. (Schei toch eens uit is SN.)

Het is eindelijk uitgeschieën met regenen. 't Wier tijd.

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 31 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025