Definitie

Status:Onbekend

iemand die zich verrijkt heeft tijdens de oorlog

Woordenboek der Nederlandsche Taal: Zeepbaron. Naam, gegeven aan de personen, die tijdens de bezetting van 1914-1918, van de Duitsche overheid de toelating bekwamen om zeep te maken, waarmede zij veel geld verdienden. Bij uitbreiding is de naam overgegaan op al degenen, die tijdens den oorlog veel geld wonnen, Liev. Coopm. (1955).

in Antwerpen is/was 'baron zeep' een scheldnaam voor een parvenu of iemand met jannestreken

Voorbeelden

"Ik ga 't u zeggen: De oorlog zal maar een einde nemen als de munitiefabrikanten, de zeepbarons en de ministers hun zakken hebben gevuld." Brulez (1950).

Toegevoegd door de Bon - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 03 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025