Definitie

Status:Onbekend

  • infinitief

bezig zijn met, iets doen
drukt dikwijls wantrouwen of afkeuring uit

Voorbeelden

Wat zitte gijlie daar te doen?
(Wat zijn jullie daar aan het doen?)

Ze zat rond te lopen.
(Ze was aan 't rondlopen.)

Wat zitte gij daar te lachten?
(Waarom ben je aan het lachen?)

Toegevoegd door fansy - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 03 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025