Dit artikel werd nog niet redactioneel bewerkt en daarom kan de kwaliteit ontoereikend zijn.
Definitie
knikker, glazen bolletje, kinderspeelgoed
Woordenboek der Nederlandsche Taal:
Knikker, stuiter, in Vlaamsch België (De Bo (1873); Corn.-Vervl.); door vluchtige uitspraak ontstaan uit bonket, bol(le)ket.
zie ook marbel, laveur, schiethuif, bolleket, boemeket
Voorbeelden
Speelt gij liever met de ketten in het zand of op de stenen?
Kzen al men kette kwaait gerokt on mene maat.
(Ik ben al men knikkers verloren aan men vriend.)
andere betekenissen van ket
Toegevoegd door haloewie - VL-WBK 1.0
Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025