weg zijn uitdr.
Op het punt staan te vertrekken. Weggaan.
vnw: we zijn (ermee) weg: we gaan ervandoor, we stappen maar eens op, we gaan...
Op het punt staan te vertrekken. Weggaan.
vnw: we zijn (ermee) weg: we gaan ervandoor, we stappen maar eens op, we gaan...
weggaan, vertrekken
vnw: we zijn (ermee) weg: we gaan ervandoor, we stappen maar eens op, we gaan weg
ook ermee weg zijn