uitstap z.nw. de ~ (m) ~en
het verlaten van een systeem of organisatie
NL: het uittreden, de uittreding
vgl. kernuitstap
het verlaten van een systeem of organisatie
NL: het uittreden, de uittreding
vgl. kernuitstap
korte reis, trip
NL: altijd dim. uitstapje
vnw: uitstapje, reisje, trip
-op uitstap gaan: een uitstapje maken
Typisch Vlaams: uitje, (NL) uitstapje:...