tette bijv. nw.
zeer vermoeid, min of meer uitgeput
zie andere definitie van tette
zeer vermoeid, min of meer uitgeput
zie andere definitie van tette
oen, kalf, idioot, lomperik, kieken, wiewa, onnozelaar, onnozel manneke, mutten, teppe
zie ook tettezot
zie andere definitie van tette