stuik de ~, (m.), ~en
stoot
zie ook stuiken
WNT: gewestelijk nog bekend.
- Iemand eenen stuik geven met den vuist of den elleboog, De Bo (1873)
stoot
zie ook stuiken
WNT: gewestelijk nog bekend.
Woordenboek der Nederlandsche Taal: Van neerschietende vogels
< In 't Land van Waas.