putteke het; geen mv.
het diepst van een seizoen, hartje winter/zomer
ook putje van de nacht
zie ook putje van de winter, [putje zomer]; [putje, in...
het diepst van een seizoen, hartje winter/zomer
ook putje van de nacht
zie ook putje van de winter, [putje zomer]; [putje, in...
opvangputje met overloop naar de riolering, vuilputje
overal in Vlaanderen waar de verkleinwoorden met -ke worden gevormd