plafonneren ww. plafonneerde, heeft geplafonneerd
beplaasteren, stukadoren, gipswerk, bekalken/kalken van de zoldering, kroonlijsten of moulures aanbrengen
vnw: stukadoren, (be)pleisteren
afl. plafonneur; [plafoneerder]
< Frans: plafonner
beplaasteren, stukadoren, gipswerk, bekalken/kalken van de zoldering, kroonlijsten of moulures aanbrengen
vnw: stukadoren, (be)pleisteren
afl. plafonneur; [plafoneerder]
< Frans: plafonner
een maximum, een plafond (bv. bedrag, loon, aantal, ...) vastleggen
vnw: een maximumbedrag vaststellen, aan een maximum koppelen
Van Dale 2018:plafonneren
mbt....
wielerterm maar kan ook evt. in andere omstandigheden: aan zijn plafond zitten (plafond, aan zijn ~ zitten), niet beter kunnen