opstoken ww. stookte op, opgestookt
influisteren, voorzeggen
zie ook opsteken
vnw: in België ook: voorzeggen, influisteren
Van Dale 1995 (gewestelijk)
Woordenboek der Nederlandsche Taal:
Iemand iets opstoken,...
influisteren, voorzeggen
zie ook opsteken
vnw: in België ook: voorzeggen, influisteren
Van Dale 1995 (gewestelijk)
Woordenboek der Nederlandsche Taal:
Iemand iets opstoken,...
Iemand aanzetten om iets te doen wat niet mag.